Hoe kies ik de juiste fruitboom of -struik?

Als je fruitbomen of –struiken plant, kies je voor veel meer dan alleen maar een fruitsoort. Welke boomvorm past er in je tuin? Heb je de geschikte standplaats voor de gekozen fruitsoort? En heb je de juiste combinatie van rassen? Hierbij sta je het best even stil als je een fruitboom bestelt.

Deze vraag is cruciaal, zeker als je in de stad woont, dichte buren of weinig plaats hebt. De ruimte die een fruitboom in je tuin inneemt hangt af van de boomvorm (laag – , half – of hoogstam) die je kiest. Kies altijd een boomvorm in functie van de beschikbare plaats in je tuin. Op de onderstaande afbeelding zie je de afmetingen van een hoogstam, halfstam en laagstam. 

Ook de fruitsoort bepaalt hoe groot je boom wordt. Zorg ervoor dat je de minimale plantafstanden per fruitsoort respecteert,dit is de onderlinge afstand waarop je de bomen in de rij plant. In onderstaande tabel vind je de minimale plantafstanden per fruitsoort terug: 

 LaagstamHalfstamHoogstam
Appel en peer (incl. nashi)2,5 m4 m8 m
Pruim3,5 m4 m7 m
Perzik en Abrikoos3,5 m4 m5 m
Kers3,5 m4 m8 m
Kriek3,5 m4 m5 m
Kweepeer3 m4 m6 m
Moerbei3 m (struik)5 m7 m
Amandel3,5 m4 m5 m
Mispel3 m 5 m6 m

Let op: Niet elk ras is geschikt in elke vorm. De rassen die we aanbieden, werden gekweekt in de boomvorm waarvoor ze geschikt zijn. Vandaar dat sommige rassen alleen als laag- of halfstam, en andere alleen als half- en hoogstam beschikbaar zijn. 

Heb je een kleine stadstuin? Kies dan voor een laagstam of enkele bessenstruiken.  Of ga voor leifruit als je het wat strakker wilt. Leifruitbomen zijn geschikt om te planten langs (zuid)muren of afsluitingen. Je kunt er ook een fruithaag of afsluiting mee maken. In ieder geval steun je leifruitbomen met een dradenstel.  

In ons assortiment bieden we twee verschillende vormen van leifruit aan: de schuine palmet en de Verrier-palmet (afbeelding hierboven). De plantafstand is minimum 3 m voor een schuine palmet en 1,2 m voor een Verrier-palmet. Appel en peer zijn het meest geschikt voor leibomen, daarom zijn enkel deze soorten verkrijgbaar in leivorm. Omdat het opbouwen van zo’n leiboom enkele jaren vraagt, is de prijs hoger dan voor een laagstamboom.

Voor je een fruitboom of –struik kiest, kijk je best eens goed rond in je tuin. Observeer de bodem, lichtinval, wind, temperatuur en waterstand. 

Fruitbomen verkiezen over het algemeen een zonnige standplaats en een vruchtbare, niet te natte grond. Maar sommige fruitsoorten stellen hogere eisen dan andere. Fruitbomen die niet op de juiste plaats staan, brengen minder op en zijn gevoeliger voor ziektes. 

Heb je veel of weinig zon in je tuin? Perziken, pruimen, abrikozen en peren hebben veel zon nodig, appels, mispels en krieken verdragen meer schaduw .

Krieken en kerselaars moeten op een goed waterdoorlatende grond geplant worden. Kweepeerbomen verdragen dan weer wat nattere en slechtere bodem. Van alle fruitsoorten, doen peren het best op een natte bodem. 

Moerbei en amandel houden van warmte en van zon, en vragen dus een zonnige en beschutte standplaats. Het zijn ook kalkminnende planten. Ze staan daarom liefst op een voldoende kalkhoudende en goed doorlatende grond. 

De mispelboom stelt weinig eisen aan zijn standplaats. Hij gedijt goed op alle grondsoorten en kan ook op een schaduwrijke plek groeien.

Inheemse bessenstruiken (aalbes, kruisbes, braambes, framboos..)zijn over het algemeen minder veeleisend qua standplaats dan bomen, ze verdragen meer schaduw en een zuurdere grond. Blauwbes, honingbes en aalbes zijn uitermate geschikt voor zure gronden. Struiken die je op een zonnige ruime standplaats, zullen echter meer en zoetere bessen dragen.

Uitheemse kleinfruitplanten (druif,kiwi, kiwibes en vijg) vragen over het algemeen flink wat zon en warmte en doen het goed in de stad vanwege het warmere microklimaat.  De kiwi is nogal kieskeurig wat de standplaats betreft: zonnig, goed waterdoorlatende bodem  in de winter en een goede vochtvoorziening in de zomer. 

Veel fruitbomen vormen alleen vruchten na kruisbestuiving. Dat wil zeggen dat ze stuifmeel van een ander fruitras van dezelfde fruitsoort nodig hebben om vruchten te vormen. In je tuin heb je dan van één fruitsoort minstens twee bomen van een verschillend ras nodig voor een succesvolle bestuiving. 

Bijvoorbeeld: perenras Triomphe De Vienne is een kruisbestuivend ras en heeft een ander perenras nodig om peren te vormen. Kies een ras dat Triomphe De Vienne kan bestuiven, bijvoorbeeld Conference.

Maar hoe weet je welke rassen elkaar kunnen bestuiven? Voor een goede bestuiving is de bloeitijd cruciaal. Als twee rassen elkaar moeten bestuiven, moeten ze een overlappende bloeitijd hebben . Er zijn vroege en late bloeiers. In de tabellen op de volgende pagina’s geven we daarom aan wanneer een bepaald fruitras bloeit en welke rassen elkaar kunnen bestuiven. 

Sommige rassen zijn betere bestuivers dan andere.Deze produceren veel stuifmeel en hebben een lange bloeitijd die overlapt met de meeste rassen. Zet je een goede bestuiver zoals James Grieve tussen je andere appelbomen, dan kan hij zowel zichzelf als zes andere bomen bestuiven. Daarom zet je in een stadstuin bij voorkeur een goede bestuiver centraal. 

Krieken, perziken abrikozen, mispels en amandelbomen zijn zelfbestuivende fruitsoorten. Dit wil zeggen dat ze vruchten vormen met het stuifmeel van dezelfde boom. Van deze fruitsoorten heb je maar één boom nodig in je tuin. Ook van de andere fruitsoorten (appel, peer, pruim, kers) bestaan zelfbestuivende rassen, waardoor je voor succesvolle bestuiving geen twee, maar slechts één fruitras nodig hebt. In ons assortiment bieden we voor iedere fruitsoort zowel zelfbestuivende als kruisbestuivende rassen aan. 

Alle kleinfruitsoorten zijn zelfbestuivend, buiten de honingbes en kiwirassen Atlas en Hayward. Boskoop is een tweeslachtige plant die zichzelf bestuift. De vruchten zijn wel kleiner en minder talrijk. Voor de Amerikaanse blauwbes is kruisbestuiving niet noodzakelijk maar gewenst (betere vruchtzetting).

Past er maar één boom in je tuin of op het balkon? Kies dan voor een zelfbestuiver. Of spreek met je buren af om samen rassen te planten die elkaar bestuiven. 

Kies voor een fruitsoort die je kunt plukken en verwerken wanneer je tijd hebt. Je oogst bijvoorbeeld kersen van half juni tot half juli, pruimen van half juli tot half september, en appels en peren in de zomer of herfst. 

De oogsttijd verschilt niet alleen van fruitsoort tot fruitsoort, maar ook van ras tot ras. Sommige appel- en perenrassen pluk je pas in oktober of november. Deze winterrassen kun je dan een winter lang bewaren tot de volgende lente. Het appelras Président van Dievoet bijvoorbeeld kun je oogsten tot in november en bewaren tot eind mei. Appel- en perenrassen die in de zomer of in de vroege herfst rijpen, moet je vrij snel na het plukken opeten. James Grieve is een typische zomerappel die ja al vanaf eind augustus kunt plukken, maar voor begin oktober moet opeten. Ben je in september dus vaak op vakantie, dan kies je maar beter voor een later ras. 

Kun je meer dan één fruitboom planten? Dan raden we je aan om rassen en soorten met verschillende oogsttijdstippen te kiezen. Zo kun je bijna het jaar rond fruit eten uit je eigen tuin. 

Na het oogsten volgt soms ook het verwerken. 

Maak je graag sap van het fruit of eet je het liever uit de hand? Ook hierbij heb je weer keuze uit verschillende fruitrassen.

Kies een fruitras waarvan je jarenlang met plezier wilt genieten. Want het is natuurlijk zonde als je kilo’s fruit oogst dat je niet lekker vindt. Een appel is niet zomaar een appel. Je hebt er zoete of lichtzure, sappige of knapperige. 

Om de smaak te vinden die bij jou past, kun je op zoek gaan naar een fruitproeverij. In de herfst organiseren verschillende kwekers, Velt-afdelingen en de Nationale Boomgaardenstichting activiteiten om je een oneindig breed palet aan smaken te laten ontdekken.

Als je in een ecologische tuin fruitboomziekten geen kans wilt geven, dan kies je het best voor een resistent fruitras. In België hebben sommige resistente fruitrassen een RGF-label. Dat staat voor: Ressources Génétiques Fruitières.

Deze rassen werden door de proefstations van Gembloux (CRA) gedurende jaren getest op de meest courante fruitboomziekten en als weinig vatbaar ervoor bevonden. In deze lijst zijn veel waardevolle oude rassen opgenomen, die aangepast zijn aan onze streken In ons aanbod vind je ook een aantal van deze RGF- gecertificeerde rassen. Deze bomen staan in de bestellijst aangeduid met de letters RGF achter de rasnaam. De bomen kosten 2 euro per stuk meer omdat ze een garantie bieden voor de raszuiverheid . Als je een aantal jaar na de aankoop van zo’n boom vaststelt dat het ras niet juist is, kan je dus teruggaan naar de boomkweker. Die is verplicht om jou een nieuwe boom van het juiste ras te geven.

Praktische informatie

Houd rekening met de lengte van het plantgoed bij de afhaling. Hieronder staan richtwaarden van de formaten voor fruitstruiken en fruitbomen per boomvorm:

Kleinfruit: 0,5 tot 1m.  Grootfruit: laagstam (1,5m), halfstam (2.5m) en hoogstam (3,5m)

Alle grootfruitplanten op de moerbei na, worden verkocht met naakte wortels. Van het kleinfruit wordt een deel (aalbes, stekelbes, jostabes, framboos) met naakte wortels verkocht, de rest in pot. Tijdens het transport is het plantgoed met naakte wortels zeer vatbaar voor uitdroging (door de wind) en beschadiging. Vervoer de bomen daarom bij voorkeur in een gesloten wagen. Passen de fruitbomen niet in je wagen? Vervoer ze dan in een open aanhangwagen of bestelwagen en bedek de wortels met een deken of zak zodat de wortels geen vocht verliezen door de wind. Ook touwen om alles goed vast te maken zijn nuttig.

Bij aankomst thuis leg je de fruitbomen het best zo gauw mogelijk in een tegen wind en zon beschutte plaats (schuur, tuinhuis, onverwarmde garage).

De afgehaalde fruitbomen plant je het best binnen de 24 uur en zeker binnen de 48 uur. Plant bij voorkeur op een rustige en bewolkte dag. Is er veel zon of wind, dan loop je het risico dat de wortels uitdrogen. Vermijd vorst en plant nooit na dagen van onophoudelijke regen. De aarde is dan plakkerig en je beschadigt de bodemstructuur bij het aantrappen. De bodem mag bij het planten dus niet te vochtig zijn, maar ook niet te droog. 

Krijg je door slecht weer niet alles binnen de 48 uur geplant? Kuil het plantgoed dan voorlopig in. Maak hiervoor een kuil van 50 cm diep, het liefst op een beschutte, schaduwrijke, niet te natte plaats. Zet het plantgoed erin en bedek de wortels met vochtige aarde, zand of compost. Plaats de planten bij voorkeur schuin zodat ze niet omwaaien. Op die manier kun je het plantgoed nog één maand bewaren en pas definitief planten als het je past. Als het vriest, hoef je de ingekuilde planten niet extra te beschermen. Zorg er wel voor dat de kuilhoek niet langdurig onder water komt na hevige regenval. 

Goed planten is belangrijk. In dit filmpje zie je hoe je in 5 stappen je fruitboom de beste start geeft. 

www.velt.nu/nieuws/hoe-plant-je-een-fruitboom 

Na het planten, is het nog niet gedaan. Je fruitboom of –struik heeft daarna nog verzorging (snoei, bemesting) nodig. Op de website van Verger Partagé lees je hoe je een fruitboom verzorgt: 

www.velt.be/verger-partage/doe-mee/hoe-verzorg-je-een-fruitboom

Dan kun je terecht bij vergerpartage@velt.be. Onze fruitliefhebbers met kennis van zaken helpen je verder.